Barbaren van het Groene Land

Het Groene Land staat bekend als het thuisland van de groenhuiden, maar er leven ook andere volken. Het meest bekend daarvan zijn de menselijke barbarenstammen, die er net als de groenhuiden een tribable, martiale levensstijl op na houden.

Bestuur

De barbarenstammen kennen geen centraal bestuur; elke stam heeft zijn eigen stam- of dorpshoofd. Vaak is dat een strijder die zijn sporen in het gevecht verdiend heeft en bewezen heeft dat hij (of zij) in staat is de stam goed te kunnen leiden. Soms is het ook een sjamaan die de dienst uit maakt. Het stamhoofd organiseert de hiërarchie daaronder op een manier die hem goeddunkt. Dat gaat vaak op basis van krijgskunst, maar er zijn ook stammen die onderhandelingsvaardigheden of wijsheid in hoger aanzien plaatsen.

Een enkele keer staat er een krijgsheer op die meerdere barbarenstammen onder zich weet te verenigen. Dit resulteert meestal in grootste krijgstochten, veelal tegen groenhuidenstammen. Als de krijgsheer wordt gedood (wat vroeg of laat wel gebeurt) vallen de allianties echter weer uiteen. Er zijn ook verhalen bekend van krijgsheren die groenhuidenstammen onder zich hebben verenigd, of barbarenstammen die zich bij een groenhuidenkrijgsheer hebben aangesloten. Tot dusver zijn deze allianties nooit een lang leven beschoren geweest; ondanks of misschien wel juist vanwege de grote overeenkomsten tussen orken en menselijke barbaren breekt er vaak snel ruzie uit tussen die twee groepen.

Charm2835

Cultuur

De barbarenstammen kenmerken zich allemaal door een tribale cultuur waarin niet het individu maar de stam centraal staat. Eenieder wordt beoordeeld op wat hij of zij aan de stam kan bijdragen; wie dat niet doet of niet meer kan verliest zijn waarde en wordt verstoten (of soms zelfs gedood). Dit gebruik is noodgeboren uit een eeuwenlange strijd om te overleven op de vlaktes: alleen een stam die optimaal samenwerkt en geen onnodige ballast meetorst heeft een kans om te slagen.

Er wordt weinig of niet geschreven in de stammen; kennis en tradities worden van ouder op kind overgedragen in de vorm van verhalen en praktijkonderwijs. Krijgskunst en fysieke fitheid is erg belangrijk en strijders staan daarom vaak in het grootste aanzien. Desondanks is er ook veel waardering voor nuttige ambachten, zoals smeden, leerbewerken en natuurlijk het klaarmaken van voedsel. Ook onderhandelen is een belangrijke kunst.

Ondanks hun gemeenschappelijke roots zijn er grote culturele verschillen tussen de verschillende barbarenstammen, in gewoontes, kleding en religie. Over de eeuwen heen hebben de stammen zich op uiteenlopende wijze ontwikkeld, afhankelijk van hoe ze in hun bestaan voorzien. Er zijn stammen die zich permanent hebben gevestigd in een dorp en (beperkt) aan landbouw doen, maar ook stammen van ruiters die met kudden vee over de vlaktes trekken. Ook zijn er stammen van rovers, die gespecialiseerd zijn  in het plunderen van dorpen en/of slavenhandel.

De meeste stammen zijn redelijk op zichzelf gericht; teveel contact met buitenstaanders is gevaarlijk omdat je je eventuele zwaktes niet prijs wil geven. Toch zijn er plekken en momenten waar vertegenwoordigers van verschillende stammen samenkomen, bijvoorbeeld om te handelen, feest te vieren of oude tradities te eren. Barbaren weten leden van naburige stammen meestal wel te herkennen aan hun kleding, maar kennen lang niet alle stammen. Wel weten ze precies wie er lid is van hun eigen stam.

Spel der Strijders
Een bekend (en berucht) schouwspel in het Groene Land is het ‘Spel der Strijders’: een gladiatorenspel waar twee personen tot de dood met elkaar vechten in een arena. Anderen kunnen weddenschappen afsluiten op de uitkomst. Vaak werden hier slaven voor gebruikt omdat het leven van een ‘Spelstrijder’ toch nooit lang zou zijn. Slaven zijn immers goedkoop en vervangbaar. Het is gebruikelijk dat een slaaf met iedere overwinning een deel van zijn waarde terugbetaalt aan zijn eigenaar. Hoeveel een slaaf waard was, werd echter nooit gemeld. Slaven die meerdere spelen overwinnen, krijgen vaak bloeddorstige bijnamen om angst bij hun tegenstanders in te boezemen en om roem te verwerven in de landen. Enkele beruchte namen zijn “de Spietser”, “Strottebijter”, “het Beest”, “Bottebreker”, “Orkwraak” en “Mannenvloek”.

Begrafenisrite
Een alom uitgevoerd ritueel is het afscheidsritueel bij het sterven van een vriend of stamgenoot. De beste kameraad/vriendin van de gestorvene brengt onder de nachtelijke hemel een lichtje naar de grafplaats of brandstapel en vertelt daar zijn herinnering aan de gevallene aan de wereld en de Goden. Soms wordt er ook een gift bij het graf geplaatst ter nagedachtenis. Wanneer deze persoon klaar is met het herinneren van deze persoon, gaat hij/zij weg en haalt deze twee andere personen die onder begeleiding van de eerste hetzelfde doen. Als deze twee personen klaar zijn, gaan zij gedrieën weg en komen ze met drie extra personen (dus met z’n zessen) terug. Dit blijft zich herhalen totdat iedereen zijn/haar herinneringen heeft gedeeld met elkaar.

Religie

De meeste barbarenstammen staan dichtbij de natuur; hun religie is vaak een combinatie van de bekende goden (al dan niet onder een andere naam), sjamanisme en voorouderverering. Van de goden zijn Ragnor, Morrigan en Manos het meest populair.

Een flink aantal stammen hangt de norse godheid Crom aan. Een god met twee gezichten: Oorlog en Vernietiging (Ragnor en Morrigan). Crom is een sombere, norse en onverzoeklijke god. Altijd uitkijkend vanaf zijn bergpiek; gehuld in donkere wolken en mist. Altijd paraat om een afkeurend oordeel te vellen over ieder en alles. Maar het wordt ook gezegd dat Crom moed en vasthoudendheid waardeert, zelfs al zal de betreffende persoon uiteindelijk niet sterk genoeg om te slagen.

Aanhangers van Crom beweren dat Crom zijn volgers kracht en uithoudingsvermogen verleent en weinig geduld heeft voor zwakheid. Ook wordt in het algemeen verklaard dat Crom niet antwoord op gebeden; daardoor wordt de naam van Crom slechts gebruikt bij een eed of bij een vervloeking. Het is onbekend of de stammen nog meer goden hebben. Het is met name Crom die met regelmaat wordt genoemd.

Ondanks dat Crom als een godheid wordt erkend, wordt hij gevreesd en haast niet genoemd. Een wijs man heeft ooit eens gezegd: “Het is alleen een zot die de aandacht van Crom op zich vestigt. Hij is slechts de brenger van moeilijkheden en ondergang”. Hiermee wordt niet gezegd dat Crom mensen iets kwaads dan wel goeds aandoet. Het wordt enkel verteld dat de Crom’s gift aan de mensheid is dat hij een pasgeborene zegent met de moed om te overleven, te volharden overlevingsdrang, volhardendheid en om tegenspoed te overwinnen.

Stammen

Zaparoshty
De Zaparoshty zijn een rondreizende stam.  Het zijn goede ruiters, trots op hun kunnen, en verder vrolijk en niet te bezorgd om de toekomst. Schermutselingen met groenhuiden vormen een deel van het leven.  Een Zaparoshty is volgens hen pas een echte man als hij in een gevecht heeft meegedaan. Ze staan bekend om hun bereden boogschutters, die van grote afstand en op grote snelheid dodelijk kunnen toeslaan. Bij een grote veldslag enkele jaren geleden is de stam uit elkaar geslagen door de groenhuiden doordat hun bondgenoten, de dwergen, zich onverwacht terugtrokken. Inmiddels hebben de overlevenden zich gehergroepeerd en proberen ze hun oude bestaan weer op te bouwen. Met dwergen zullen ze zich echter niet snel meer inlaten.

Moravianen
Verhalen van lang geleden vertellen over een barbaarsvrouwe die het voor elkaar had gekregen om een aantal noordelijke rivaliserende stammen te verenigen met verstand, sluwheid en uiteindelijk brute kracht. Niemand heeft weet van haar eerdere naam, maar vanaf het moment dat ze Antigon -het laatste en bruutste stamhoofd van toen uit het bergachtige noorden- op zijn knieën had gekregen, heeft zij zich “Avina” genoemd (wat “rechterhand” in de oude taal betekent). Eerder was zij linkshandig, maar het gevecht met Antigon heeft haar haar rechterhand gekost.

Het verhaal gaat dat zij, door het behalen van deze overwinning, van Crom zelf het “Geheim van het Staal” heeft gekregen en zij heeft zich vanaf die tijd “Avina de Smeedsvrouwe” genoemd. Niet in de eerste plaats vanwege dat zij zich is toe gaan leggen op smeedkunst, maar ook vanwege het bijeen smeden van de stammen die zich later de Moravianen zijn gaan noemen.

Een hele tijd is het leven goed geweest voor de Moravianen. Zij hebben een betrekkelijke tijd van welvaart en rust gehad en geleidelijk aan is de Moravian-stam stukje bij beetje groter geworden.

Door het erfgoed van Avina de Smeedsvrouw, is de kunst van het smeden bij de Moravianen groot geworden. Zij zijn deze vorm van metaalbewerking gaan zien als een manier om dichterbij Crom en de andere goden te kunnen staan. Het is hierdoor niet ongebruikelijk geweest dat de smid van de Moravian-stam de sjamaan of zelfs het stamhoofd was.

Het symbool wat de Moravianen hanteerden om hun stam aan te geven, is een rudimentair grootzwaard waaronder drie kleinere verenigd zijn.

Er zijn vele goede verhalen geweest over de Moravian-stam en zij hebben vele noordelijke stammen en zelfs Groenhuid-stammen geinspireerd. Maar zo’n 25 jaar geleden is de doem gevallen voor deze stam. De Moravianen zijn, om tot heden toe onbekende reden, van de wereld gevaagd. Slechts as en beenderen zijn gevonden door hen die in het Noorden zijn gaan zoeken. Een grote klap voor de Noordlanden. Velen herinneren zich de Noordlanden van weleer en denken er met weemoed aan terug.

Selovaraan

Blije Uil (kindernaam) de Selovaraan

Selovaren
De Selovaren leiden een naar omstandigheden rustig  leven in de noordelijke wouden van het Groene Land. Dat is danken aan de ligging van hun dorp, Selheim, dat goed te verdedigen is tegen eventuele aanvallers. Landbouw of veeteelt is er echter nauwelijks mogelijk op de barre rotsgrond daar, waardoor de Selovaren afhankelijk zijn van de jacht, visserij en de handel om te overleven. Dat is niet altijd makkelijk; visserij is sterk seizoensgebonden (zalmtrek) en het wild in de omgeving is vaak echt (gevaarlijk) wild. Daarnaast ligt het dorp aan de grenzen van de bewoonde wereld, dus voor  handel moeten de inwoners vrijwel altijd zelf op pad. Dit heeft ervoor gezorgd dat het dorp nooit groter is geworden dan een paar honderd inwoners.

De Selovaren zijn spiritueler dan de meeste barbarenstammen, vermoedelijk omdat ze er meer aanleiding en gelegenheid voor hebben (voedselschaarste + betrekkelijk weinig strijd). Alhoewel de stam de nodige krijgers stelt, is het stamhoud een sjamaan. Affiniteit met (prooi)dieren staat ook centraal in de stam.

Jonge Selovaren zijn naamloos totdat ze op hun tiende levensjaar een queeste ondernemen om hun totemdier te vinden. Als ze dit dier gevonden hebben (wat bevestigd en vervolgens gevierd wordt via een ritueel) verdienen ze hun kindernaam, die bestaat uit hun totemdier en de gemoedstoestand waarin ze zich bevonden op het moment dat ze het dier aantroffen (bijvoorbeeld ‘Dappere Arend’). Vanaf hun zestiende mogen ze dan hun volwassenheidsqueeste ondernemen om hun echte volwassennaam te verdienen.